Ondernemingsnummer : BE0656 712 566  - Alle rechten voorbehouden- www.rewilding.be -Rewilding, Heirbaan 2, 2370 Arendonk, Tel 0495/62.71.36 , Mail: info@rewilding.be

The only way is up!

November 4, 2017

2 jaar geleden na het zien van de film ‘’Everest’’ is het begonnen. Kriebels om de Himalaya in te gaan en Mount Everest in real life zien.

In juli heb ik de knoopt doorgehakt en heb ik geboekt voor 2-10-2017. De reis bracht wat voorbereidend werk met zich mee, wat de voorpret alleen maar groter maakte. Als eerste kocht ik bergschoenen gevolgd door een wind- en waterdichte jack. Vlak voor oktober kwamen de winterartikelen pas binnen dus tot slot heb ik nog handschoenen en een muts aangeschaft.

 

Maandag 2 oktober vlogen we om 14.00 uur. Op Schiphol in de gate, keek ik nieuwsgierig rond wie er nog meer in de groep van Shoestring zou zitten. We hadden elkaar gespot en tijdens de lange vlucht hadden we uitgebreid de tijd om kennis met elkaar te maken. 12 uur- en een tussenlanding later, kwamen veilig aan in Kathmandu. Het was 7.00 uur en hadden heel de dag nog voor ons.

Op het vliegveld werden we verwelkomd door onze gids Krishna. Hij bracht ons naar een primitief hotel en deed zijn eerste briefing. Hij stelde zijn assistent gids Phurey aan ons voor en gaf nog extra informatie over de reis. Hiermee konden we ons gaan voorbereiden op de trekking. Zo hadden we bijvoorbeeld nog een slaapzak nodig met een comforttemperatuur van -20. Deze konden we voor 100 roepies (ongeveer 1 euro) per dag huren.

 

We verbleven in Thamel, een heus backpackersmekka. Deze wijk zit vol met winkeltjes die trekkingsmateriaal aanbieden. Voor je het weet ben je omgetoverd tot een ware hiker! Zelf had ik nog een donsjasje nodig die ik voor een paar tientjes op de kop getikt heb. Een groene, van The Northface, ook wel Northfake genoemd. Alle kleding is immitatiemateriaal uit Korea, maar daarom niet minder warm.

 

Om vervuiling in de bergen tegen te gaan werd ons aangeraden om waterzuiveringstabletjes aan te schaffen. Op deze manier konden we kraanwater gebruiken en bijvullen. Tot slot kocht ik nog wc-rollen en een aantal energierepen.

 

Woensdag, op onze vrije dag in Kathmandu hebben we de toerist uitgehangen. We hebben verschillende highlights bezocht waaronder Durbar Square, de Boudhanath Stupa, Swayambhunath (Monkey Temple) en tot slot de heilige plaats Pashupatinath. Het laatste plek vond ik erg indrukwekkend. Het is aan de Bagmati rivier, waar overleden Hindoes worden gecremeerd. Elke kaste heeft zijn eigen sectie en op de stapels hout zie je in doeken gewikkelde lichamen liggen. De as van de overledene wordt in de rivier geveegd, omdat dit water leidt naar de heiligste rivier, de Ganges in India.

 

 

 In de avond namen de gidsen ons mee naar een steakrestaurant om nog eens goed vlees te eten en proteïne op te doen. In de bergen kun je beter geen vlees eten omdat dit vaak, door het lange transport, bedorven is.

 

Ons klimavontuur begon vanaf het startpunt, Lukla. Dit ligt op 2850 meter hoogte, waar we met een minivliegtuigje naartoe gingen. Vol adrenaline stapte ik in toen onze vlucht ‘’357 to Mountain’’ omgeroepen werd. We zouden de eerste glimp van Mount Everest op kunnen vangen en gingen landen op de kortste airstrip ter wereld (460m) en daarom een van de gevaarlijkste vliegvelden. Over de Himalaya’s vliegen was adembenemend, ondanks dat we Everest nog niet gespot hadden.

 

 

Na een half uurtje landden we veilig in Lukla. Krishna registreerde ons en toen kon de tocht beginnen!

De eerste hike duurde ongeveer 4 uur en het was vooral afdalen. Wat opviel waren de reusachtige witte pieken ver op de achtergrond, porters met zware bepakkingen (soms op hun slippers) en uiteraard de yaks.

De wapperende gebedsvlaggetjes leken ons aan te moedigen tijdens de eerste kilometers.

 

Ons verblijf was in Phakding op 2562 meter hoogte. In een primitief teahouse (lees houten hok) maakten we ons klaar voor de nacht. Thermokleding is op deze hoogte nog niet nodig vertelde mijn lichaam me om 3 uur s ’nachts.

 

Onze groep bestond uit 8 personen waar we 4 porters voor hadden. Zij worden overigens niet allemaal Sherpa genoemd. Sherpa’s behoren tot een bepaalde kaste, zoals er nog vele anderen zijn.

 

Voor de volgende hike zorgden we dat onze veldflessen gevuld waren met water. De zuiveringstabletjes hebben een half uur inwerkingstijd nodig. Tijdens het drinken kwam de chloorgeur je tegemoet, maar gelukkig proefde je daar niets van. Per dag is het belangrijk om zo’n 3 tot 4 liter water te drinken.

 

Deze dag maakten we een serieuze klim. Onderweg genoten we van al het moois en het prachtige weer waarmee we gezegend waren.

 

Tijdens een stop werd ik begroet door een lieve berghond. Zonder dat ik iets zei kwam hij al kwispelend op mij af. Ik kon het niet laten om hem te aaien, met het risico dat hij tot en met Basecamp zou meelopen.

Net voor de lunch staken we via de beroemde Hillary bridge, de Dudh Koshi rivier over. Vanaf de wiebelbrug met vlaggetjes was het uitzicht wederom prachtig.

 

 

Namche Bazar was het volgende- en een van de grotere bergdorpen waar we ging overnachten. Na aankomst dronken we meestal iets warms zoals thee of chocomel, om vervolgens de bestelling voor het avondeten door te geven. Dit bestond uit: Noodles, rijst of spaghetti. Je kreeg behoorlijk grote porties die er schrikbarend makkelijk in gingen! Hierna gaven we onze ontbijtbestelling weer door. Gidsen worden in de Teahouses obers, zij nemen bestellingen op en brengen je eten.

 

Het bekendste gerecht in Nepal is Dal Bath. (Door onze gids ook wel DB genoemd). Het is een combinatie van rijst, linzensoep en lokale groenten.

 

 

Tegen 20.00 uur lagen we vaak al in bed. Doorgaans waren de badkamers en toiletten gedeeld in de lodges. In Namche hadden we een eigen badkamer waar ik een kattenwasje gedaan heb, omdat er geen warm water is. Ik merkte voor het eerst dat ik aan de hoogte moest wennen. Ik kwam niet in slaap en mijn hart klopte als een malle. Gevolg was dat ik niet fit was de andere dag. We maakten een korte klim om vervolgens weer te dalen, zodat we konden acclimatiseren. Dit viel echter niet mee! Bij 2 treden omhoog zat mijn hart al in mijn keel en bonkte mijn hoofd. Ik zag de hele reis in duigen vallen met mijn doemdenken. ‘’Zie je wel, niks voor mij dit, ik ben nu al hoogteziek’’. Gelukkig hadden we een nuchtere arts bij in onze groep die me aanraadde om 2 paracetamol te nemen en te starten met Diamox. Ik stond hier sceptisch tegenover omdat ik bang was daardoor de symptomen niet te herkennen als ik echt hoogteziek zou zijn. Dit blijkt onzin, want als je echt ziek bent kan een paracetamol dit niet onderdrukken. Diamox heeft een vochtafdrijvende werking en kan preventief werken tegen hoogteziekte.

 

Vandaag zijn we naar een visitor center geweest met vele interessante weetjes over de Mount Everest. Met name over de eerste 2 personen die de top bereikt hebben, Edmund Hillary en Sherpa Tenzing Norgay.

 

Terug in Namche ben ik voor een massage gegaan, gevolgd door een Hot choc in het intercafe. Ik was weer helemaal bekomen!

Hier heb ik me ook laten verleiden om wandelstokken te kopen, ik vond het er wat deuzig uitzien, maar voor het afdalen wellicht praktisch met mijn knotsknieën.

 

Na het eten pakten we er een stok kaarten bij en speelden we 31, waarbij de gidsen megafanatiek meededen. De inzet was hoog en gewild-  een bifiworstje.

Nadenken blijkt lastig op hoogte trouwens. Bij het spelen van Pim-pam-pet keken we elkaar lange tijd zwijgend aan, toen we opzoek waren naar een huisdier met een K. Ook grapjes werden later begrepen. Of steeg het niveau mee met de hoogte?

 

De volgende ochtend was het tijd om te vertrekken naar Tengboche. Na een slingerende wandeltocht werd onze inspanning beloond met helder zicht op de Mount Everest! Hier en daar werd nog gediscussieerd welke piek het nu eigenlijk was. Andere pieken waren namelijk hoger omdat ze dichterbij waren. Gezichtsbedrog. Mij konden ze overigens alles wijsmaken, want ik ging met de gedachten naar Nepal, dat ik het dak van de wereld al bij aankomst zou spotten!

 

Het was vandaag aansluiten, zo druk. Het leek wel een Pelgrimstocht. Hieruit bleek dat ons tempo gemiddeld wat hoger lag. De meeste toeristen konden nog niet uit de voeten met hun stokken. Zo liep ik achter een Japanner die zijn broek ophees met zijn stokken in zijn hand. Je kan wel raden wat er gebeurde. De wandelstokken die naar achter schoten kon ik nét ontwijken. Ja, je broek zou er van af zakken. De kans in de bergen is groter om door toeristen gespiesd te worden dan door Yaks, hierover later meer.

 

In de Himalaya kom je regelmatig een gebedssteen/stoepa tegen. Het is de bedoeling dat je hier links omheen gaat, met de klok mee. Ondanks dat dit vaak extra meters oplevert, hield iedereen zich hier netjes aan.

 

 

 

Door het vele water drinken en de vochtafdrijving van de Diamox moest ik nóg meer plassen dan ik normaal al deed. Bij iedere stop om te rusten zocht ik dan ook een grote rots uit om achter te zitten.

 

In Tengboche (3867 meter) werden we verwelkomd door gonggeluiden uit de Monastery. Het plaatsje ligt in een vallei en hing vol wolken waardoor het geheel wat triestig aan deed. Een reisgenootje en ik lieten ons naar een Bakery lokken door een heerlijke appeltaartgeur. Dit was pure zelfpijniging, omdat ook het eten van een taartjes sterk werd afgeraden.

 

Toeristen op de terugreis hadden duidelijk een ander kledingadvies gekregen tijdens hun briefing dan wij. De eerste mutsen en handschoenen waren gesignaleerd. Dat betekende dat wij de andere dag ook naar een kouder gebied gingen. In de avond werd het kacheltje die in het midden van de eetkamer stond aangevuurd, wat erg aangenaam was.

De volgende ochtend werd ik heerlijk wakker. Het was pas 5.30 uur, maar toen ik uit het raam keek had ik vol zicht op de hoogste berg ter wereld. Sagarmatha genoemd door de locals.

 

 

 

De tocht naar Dingboche hebben we in ongeveer 6 uur gedaan. We kwamen achter een kudde yaks terecht op een smal paadje, waardoor we hetzelfde tempo moesten aanhouden. De snelle hikers onder ons moesten even een tandje terug, maar het slow en steady stijgen is uiteindelijk beter om te acclimatiseren. Het werd even spannend toen er downhill ook yaks aankwamen. Met wanhopige gilgeluiden en het gooien van steentjes hielden de herders de beesten netjes in het gareel. Van toeristen wordt verwacht dat zij zich staande houden aan de Hillside.

 

Geleidelijk kwamen we boven de boomgrens uit, waar de pieken steeds dominanter in beeld verschenen. We overnachtten op 4258 meter hoogte en inmiddels hadden we geen signaal meer op de telefoons. Ook hier verbleven we een extra nacht om aan de hoogte te wennen. Dat gaf mij de kans om eens wat kleding te wassen. Mezelf friste ik op met dettoldoekjes maar met mijn haar was echter niets meer aan te vangen. Gelukkig kon ik de dagen erna mijn muts opzetten.

 

Op onze rustdag zijn we een paar honderd meter gestegen. Hier merkte ik goed dat de lucht ijler was. Ik raakte sneller buiten adem en na een aantal stappen gingen de eerste laagjes uit vanwege de warmte. Eenmaal terug in de lodge zijn we afgedaald naar de rivier om foto’s te maken. Dit gebeurde via gevaarlijke sprongetjes over gladde rotsen. Alsof we nog genoeg energie overhadden.

 

 

Goed ingepakt vertrokken we de andere ochtend weer. Het sneeuwde, maar energiek als we waren gingen we vol goede moed de berg op. Een groot gedeelte van de hike vandaag was ‘’Nepali flat’’. Dit wil zeggen dat je langzaam stijgt zonder het door te hebben. We liepen over graslandschap met veel grote rotsen. Het deed een beetje Schots aan.

 

Met de groep maakten we na iedere klim van 500 meter, een groepsfoto. Bij de 4500 meter moesten we wat langer wachten omdat er 3 groepsleden ziek geworden waren. Een van hen is personal trainer, dit geeft maar aan dat je conditie geen garanties biedt op de berg.

 

 

 

Na het uitdelen van Dextro vervolgden we ons pad. Tijdens de lunch had ik voor het eerst geen zin om daarna nog uren door te wandelen. We waren net lekker opgewarmd door Garlicsoup en een zalig kacheltje. Lang koud hebben we het echter niet gehad. We begonnen met een fikse klim, waarbij we uitkwamen op Memorialhill. In deze omgeving staan tientallen monumenten, die zijn geplaatst ter nagedachtenis aan onfortuinlijke klimmers, die tussen de besneeuwde toppen van de Himalaya hun laatste rustplaats vonden.

 

Net toen ik mijn Gopro aangeslingerd had om wéér yaks te filmen, zag ik verderop een opstopping. Er stond een vrouw met 2 Sherpa’s aan haar zijde, die schreeuwden om Diamox. Dokter Tilly kwam in actie. Ze gaf haar medicatie, water en probeerde haar te kalmeren. De Sherpa’s waren redelijk in paniek en niet veel later strompelden ze bergafwaarts. De vrouw was hoogteziek en het beeld van haar stond nog lang op mijn netvlies. Het zag er uit alsof ze stomdronken was. Ze kon amper meer lopen en haar ogen draaiden steeds weg. Het is belangrijk dat je in zo’n situatie zo snel mogelijk afdaalt, maar zo te zien was ze al in het ver stadium.

 

Hierna werd me duidelijk dat de helikopters die continu vlak boven ons vliegen niet alleen voor sightseeing was.

 

 

Bij aankomst in het dorpje Lobuche (4950 meter) waren we behoorlijk uitgeput van alle inspanning. Dit weerhield ons er niet van om na de thee nog omhoog te gaan, om de 5000 meter aan te tikken. Op de heuvel zagen we een diashow. We vingen glimpen op van reusachtige witte pieken, en helderblauwe meertjes tussen de gletsjers. Dit alles tussen de gordijnen van mist door. Zo prachtig en helder we het ene moment konden genieten van het zicht, zo snel was het ook weer dichtgetrokken.

Tegen de heuvel aan hebben toeristen teksten gelegd met stenen zodat je dit vanuit de lodge kon bewonderen. Terwijl de rest van de groep al aan het kaarten was, hebben wij met ons laatste beetje energie ‘’31’’ tegen de heuvel geplaatst.  

 

 

 

In de lodge heb ik mijn telefoon aan de oplader gelegd, hier betaal je 300 roepies voor omdat de stroom schaars is. Hierna kon ik mijn wekker weer aanzetten voor Basecampdag!

De zon was nog onder toen we van start gingen. Met alle laagjes aan en een lichte gezonde spanning kon ik niet zeggen dat ik het koud had.

 

Helikopters vlogen over en weer naar het laatste dorp voor Basecamp, genaamd Gorak Shep (5100 meter). Hier slaapt men doorgaans slecht vanwege de hoogte volgens de Lonely planet.

In dit dorpje konden we ons omkleden en dropten we alles wat we niet meer nodig hadden. In de avond kwamen we hier weer terug. We namen een lunch en vertrokken met een paar laagjes minder naar Basecamp. Zelfs hier, waar de paadjes smaller en smaller werden, vervoerden yaks nog spullen. Wist je trouwens dat yaks het onder de 2000 meter niet overleven? Dit is te warm voor ze.

 

Het laatste stuk liepen we op een heuvel vanwaar we Basecamp konden zien liggen, hiertussen lag nog een minivallei en erachter waren gletsjers. De Khumbu-ijsval. Het allerlaatste stukje was dus nog even dalen en klimmen, maar daarna traden we dan toch echt Everest Basecamp binnen. Wat een geweldig gevoel was dat! Arriveren op de plek waar expeditieleden hun weg naar de top vervolgen.

 

Vlak na aankomst moest ik plassen. Onze gids grapte nog dat ik daar een permit voor nodig, maar inmiddels kende hij me zodanig goed, dat hij al een geschikte rots had uitgezocht voor mij.

Basecamp, tja.. het was er behoorlijk kaal. Er waren geen expedities, dus ook geen tenten. Wel toeristen die in de rij stonden om op de foto te gaan met de vlaggetjes en het basecampbordje. Wij konden uiteraard niet achterblijven, dus sloten aan in de rij.

 

 

 

Voldaan lieten we basecamp achter ons en keerden terug naar Gorak Shep. Onderweg konden we de route zien die we de andere dag zouden gaan bewandelen. Of beter gezegd zeer moeizaam klimmen. Het was een pad dat 500 meter stijl omhoog ging.

 

Inmiddels was de man met de hamer gearriveerd, mijn hoofd bonkte en ik wilde lekker vroeg gaan slapen. Om 5 uur vertrokken we weer in de kou. De lichtjes van de hoofdlampen maakten het geheel wat gezelliger en tot de zon opkwam zag ik gelukkig niet hoe ver het nog was. Onderweg hoorden we opeens flink gedonder. Het leek op onweer maar in werkelijkheid was het een lawine aan de overkant. Heel de rits toeristen stond stil en keek geschrokken naar de berg.

Halverwege nam ik mijn Gopro in vertrouwen en ging ik met mezelf in beraad om eventueel terug te keren. Bij iedere 2 stappen die ik nam moest ik herstellen. Ik had 0 energie en 2 groepsgenoten van de kopgroep zag ik al niet meer. Ik bedacht me dat ik nog een Kitkat in mijn rugzak had. Dit was ondertussen een IceKitkat geworden, maar het gaf me weer energie voor ongeveer 20 stappen omhoog. Vanaf daar heeft Dan, een gast uit Singapore me het laatste stuk gemotiveerd. Even later stond ik er dan toch, op de top van de Kalapatthar! (5545 meter). Vanaf deze piek heb je 360 graden zicht op de Mount Everest en naastgelegen bergen.(Pumori, Khumbutse, Thamserku, Changtse, Nuptse en Lhotse)

 

 

 

Zo hoog ben ik in mijn leven nog niet geweest dat dat gaf me weer een enorme kick. Heel lang ben ik niet op de top geweest want mijn handen zagen behoorlijk blauw en de kopgroep ging ook weer aan de afdaling beginnen.

 

Eenmaal beneden kon er weer aan aantal, bijna alle, laagjes uit want de zon was opgekomen. Er was een zandvlakte waar we met zijn 3en besloten de rest van de groep op te wachten. Van mijn jassen maakte ik een comfortabel bedje, waar ik al zonnend even wilde ontspannen. Een helikopter naderde. Waar ik normaal gezien al recht had gezeten met mijn Gopro in de aanslag, besloot ik lekker te blijven chillen. Hier dachten de yaks op het heuveltje anders over! Zij waren blijkbaar geschrokken van het lawaai, rukten het paaltje los waar zij aan vast zaten en kwamen onze richting uitgerend. De porters, die dit tafereel aanschouwden gilden dat we aan de kant moesten gaan. Ik schoot in de overlevingsmodus en sprintte het bergje richting de logde op. Ik kon niet meer ademen en had tegelijkertijd de slappe lach. Phurey kwam met mijn daypack en jassen de berg op waar ik al piepend en zoekend naar zuurstof bijkwam. Blij dat we deze yakattack overleefd hadden.

 

 

 

Tilly en ik zijn nog een klein dutje gaan doen omdat de anderen nog niet in aantocht waren- en omdat we deze dag nog eens 7 uur door moesten.

 

Grappig hoe ik de terugweg herkende aan kleine details zoals rotsen waar ik geplast had- of juist van hele paden niets meer wist. Bizar om te zien hoeveel we geklommen hadden en te bedenken hoe we dat ooit geflikt hadden?

 

Nieuwe energieke toeristen kwamen ons tegemoet. Omdat zij bergopwaarts gingen, lieten we hen voor. We konden het niet laten om de nodige grapjes over de afstand te maken. Zo deden we een wave voor de klimmers tijdens een ruststop, en zeiden ‘’welldone, youre almost there’’. ‘’really’’? vroeg een dame verbijsterd? ‘’No’’ zei Max toen.

 

Op de laatste dag van het afdalen kondigde Krishna aan, dat er om 14.00 uur een happy hour zou zijn in Lukla. Om een of andere reden was iedereen weer gemotiveerd om door te lopen. De laatste lootjes wogen wel het zwaarst. We waren vergeten dat we de allereerste uren afgedaald waren, dat betekende dat we terug omhoog gingen. Mijn wandelstokken had ik al gedoneerd aan een local, dus mijn benen moesten nog even doorwerken. Sex on the mountain was na aankomst dan ook erg lekker. En dan heb ik het natuurlijk over de cocktail. Met onze groep hebben we geproost op een topvakantie.

 

 

 

Ik voelde me klein in een overweldigend decor en tegelijkertijd de koningin van de berg na mijn prestatie. Maar let’s be honest, de echte helden van de berg zijn uiteraard alle porters die dag in dag uit sjouwen met vele kilo’s.

 

Namaste

 

 

 

 

Please reload

Uitgelichte berichten

The only way is up!