Ondernemingsnummer : BE0656 712 566  - Alle rechten voorbehouden- www.rewilding.be -Rewilding, Heirbaan 2, 2370 Arendonk, Tel 0495/62.71.36 , Mail: info@rewilding.be

"Rewild jouw Tuin"

December 11, 2016

Iedereen kent de typische Vlaamse tuin: hij is mooi groen, het gras lekker kort en er mag geen onkruid in staan. Leuk voor de kinderen om in te voetballen, makkelijk om te maaien en de hond kan er zich ook lekker op uitleven zolang hij maar geen gaten begint te graven. Het grote probleem echter met zo’n gazon is dat het de hele tuin in beslag neemt op een taxusstruikje of bescheiden bloemenperkje na. Voor ons is het leuk, maar daar blijft het dan ook bij.

 

 

Het is namelijk zo dat de traditionele Vlaams/Nederlandse tuin maar weinig bijdraagt aan de biodiversiteit en dus maar minimale ecologische waarde heeft. Wilde planten hebben geen kans waardoor de meeste insecten je tuin links laten liggen. Voedsel is er immers niet en omdat er geen insecten zijn gaan er ook minder vogels komen. Onze tuin beantwoordde aan diezelfde beschrijving. Alleen een kort gazon, een paar tulpen en rozenstruiken in de hoek en een stel coniferen aan de rand. Verder niets van echte

natuur op ons wilgje na.

 

       Korenbloem (Centaurea cyanus)

 

Daar kwam twee jaar geleden verandering in toen ik wat over wilde tuinen las. Na wat overleg met de ouders besloten we om een deel van het gazon op te offeren. Drie vakken in het midden van de tuin werden afgezet en met een spade staken we het gras uit. De bedoeling is dat je 10 cm diep steekt en de lappen gazon helemaal verwijdert. Toen dat gebeurd was werd een zadenmix van wilde bloemen op de lege grond gezaaid en aangedrukt, daarna was het wachten. Om een wilde tuin aan te leggen begin je best in het voorjaar zodat de voorjaarsbloeiers zich nog kunnen ontkiemen en uitgroeien voordat de zomerbloeiers zich laten zien, maar dat hangt een beetje af van welke mix je koopt. Maaien doe je slechts één keer in het najaar. Laat de planten wel nog een week liggen zodat de bloemen nog zaad kunnen vormen en er volgend jaar genoeg nieuwe planten zijn.

Het eerste jaar was al direct raak bij ons, maar deze zomer was er duidelijk een heel groot verschil met onze oude tuin: die stukjes gazon opofferen waren het helemaal waard. Zwarte mosterd, korenbloem, havikskruid, wilde peen, klaproos, lupine, enzovoort. Die groene tuin van voordien had opeens veel meer kleur zoals je beneden kunt zien.

 

         Wilde bloemen: goed voor het oog, goed voor de natuur. Iedereen wint.

 

Bij kleur alleen bleef het echter niet! Het aantal insecten dat de wilde tuintjes bezocht nam al snel toe in aantallen en soorten. Ik, die natuurlijk elke dag eens snel een kijkje ging nemen, kwam op het idee om zoveel mogelijk te fotograferen en dat deed ik dus ook.

Insecten doen de meeste mensen misschien de rillingen krijgen, maar het zijn nuttige diertjes en prachtig ook. Als je je er mee bezig houdt, gaat die angst wel snel over in fascinatie

(zeker bij kinderen) en sta je er van versteld hoeveel soorten er op zo’n klein stukje grond kunnen wonen als je ze de kans geeft.

Bij bijen denk je uiteraard aan de honingbijen die in kolonies wonen en met z’n allen honing maken om de winter door te komen. Honingbijen zijn echter maar één soort en als er iets is wat ik heb geleerd tijdens insecten fotograferen, dan is het toch wel dat er veel meer bijen zijn dan die honingbijen.

 

Dit kleine bijtje is een solitaire bij.

(de soort heb ik niet kunnen vinden)

Dat zijn bijen die alleen leven en geen nest hebben. Solitaire bijen doen het slecht op dit moment omwille van het feit dat wilde bloemen nergens

een kans krijgen te groeien,

de bijen weinig plekken hebben om een holletje te maken en pesticiden hun aantallen sterk hebben doen dalen.

Een wilde tuin komt dus als geroepen voor deze nuttige bestuivers, net als dat je een bijenhotel kunt ophangen in de tuin waar ze zich kunnen nestelen.  

 

Voor steken hoef je niet bang te zijn, want sommige soorten hebben niet eens een angel en zij die het wel hebben, kunnen niet door onze huid heen.

 

Andere insecten die massaal de wilde tuin bevolkten waren insecten die er gebruik van maken dat er heel wat dieren bang zijn van bijen en hun angels: zweefvliegen.

Deze insecten zijn een mooi voorbeeld van hoe dieren vijanden een stapje voor kunnen zijn zonder al te veel moeite te moeten doen. Ze bootsen namelijk een gevaarlijker dier na, de officiële wetenschappelijke term daarvoor is “mimicry”.

Er zijn een heel aantal zweefvliegensoorten en de meesten van hen passen die techniek toe: sommige bootsen met hun kleuren een bij na, anderen hommels of wespen.

In de tuin heb ik een heel aantal soorten kunnen fotograferen.

 

 

              

 

Linksboven: Een bepaalde groep zweefvliegen noemt men blinde bijen. Zoals de naam zegt

bootsen ze een bij na.

Rechtboven: De terrasjeskommazweefvlieg (Eupeodes corollea) wil dan weer dat je denkt dat ze

een wesp is.

Linksonder: De grote narcisvlieg (Merodon equestris) doet zijn best om op een hommel te lijken.

Rechtsonder: Een paar citroenpendelzweefvliegen (Helophilus trivittatus) waren de grootste soort die we in de tuin gehad hebben.

     

 

                                       

Dit zijn nog maar soorten waarvan je een aantal ook zo in je traditionele tuin kunt vinden, maar de volgende kom je pas tegen als je je tuin ook echt wat laat verwilderen. Laat dus maar een stuk van dat strakke gazon vallen!

 

 

 

 

 

De kleine wespenbok (Clytus arietis) is een kever met een lang lichaam die tot de familie van de boktorren behoort. Ze danken die naam aan hun lange voelsprieten wat hen ook onderscheidt van andere kevers.

Ik ben een aantal soorten boktorren regelmatig tegengekomen terwijl ze op bloemen zaten om

van de nectar te smullen.

Om nog even aan te sluiten met die zweefvliegen heeft de kleine wespenbok een mooi kleurpatroon dat op die van een wesp lijkt. Niet alleen zweefvliegen hebben van mimicry gehoord.

 

 

 

De kever waar ik het meest naar zat uit te kijken om onze tuin te komen bezoeken is deze op de volgende afbeelding: een penseelkever

(Trichius fasciatus).

Het zijn prachtige kevers met een mooi patroon op hun dekschilden en ze zijn lekker pluizig. Net als de boktorren komen ze op nectar af en kun je ze dus mooi bestuderen als ze op bloemen zitten.

En als je een camera bij de hand heb ook wat mooie kliekjes maken.

 

 

 

 

Een andere kever die zich wel eens liet zien is de Valgus hemipterus.

Hij heeft geen Nederlandse naam, alleen een wetenschappelijke,

dus je gaat je best moeten doen om deze te onthouden.

De kever is verwant aan de bekendere meikever (Melolontha melolontha), maar die laatste heb ik nog nooit in de tuin gevonden, daarvoor moet ik het bos in gaan.

 

 

 

 

 

 

Een ander kevertje is er eentje die we allemaal kennen: het lieveheersbeestje. Om precies te zijn is dit hierboven een zevenstippelig lieveheersbeestje (Coccinella septempunctata).

Dat kun je zien aan het aantal stippen. In tegenstelling tot wat je wel vaker gehoord hebt, duiden het aantal stippen dus niet de ouderdom van het insect aan, het aantal stippen hangt gewoon af van soort tot soort.

 

Zo heb ik bijvoorbeeld deze soort kunnen vinden:

een schaakbordlieveheersbeestje (Propylea quatuordecimpunctata).

Dit is een heel klein beestje, niet veel groter dan de bladluis die het aan het verorberen is. Daar zijn lieveheersbeestjes namelijk goed in: bladluizen bestrijden.

Als je een plaag hebt van die sapzuigers en je wilt het op een natuurlijke manier bestrijden, zoek wat lieveheersbeestjes en zet ze in je tuin. Voedsel genoeg voor deze kleine roofdiertjes.

 

 

 

 

Er is alleen één groot probleem voor lieveheersbeestjes: een ander lieveheersbeestje.

Het veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje (Harmonia axyridis)

is een exoot die hier niet thuishoort: hij werd hier ingevoerd door ons mensen als bladluizenbestrijder. Wat we niet wisten was dat hij ook onze lieveheersbeestjes verslindt en er zijn geen natuurlijke vijanden van deze soort die hier voorkomen. Daardoor zijn de aantallen van bijvoorbeeld het anders veel voorkomende zevenstippig lieveheersbeestje gedaald waar hun Aziatisch neefje nu voorkomt. In mijn tuin zaten ze ook en ze waren inderdaad ver in de meerderheid...

 

Lieveheersbeestjes zijn felgekleurde roofdiertjes die zeer nuttig zijn.

De enige roofdieren waren ze echter niet in mijn wilde tuin, maar die ga ik houden voor een volgend artikel samen met enkele “special guests” die ik hier nog niet besproken heb.

Houd je klaar voor meer veelpotige ongewervelden!

 

 

 

 

Dus "rewild" zelf zeker ook een stuk van je tuin. Groot hoeft het niet te zijn, gewoon een hoekje waar voldoende zon komt is genoeg. Of laat dat ene stukje dat al zo moeilijk was om te bereiken met de grasmachine gewoon verwilderen. Als iedereen het deed zou dit een enorm effect hebben voor de biodiversiteit. Vlinders en andere insecten kunnen gemakkelijk aan voedsel komen en migreren van tuin tot tuin. Vogels en andere insecteneters profiteren hier dan ook van. 

Geef dus een deel van dat gazon op, en laat jezelf verbazen door de natuur !

 

 

Please reload

Uitgelichte berichten

The only way is up!

November 4, 2017

1/9
Please reload

Recente berichten